grenswerk 2011
Drie groepstentoonstellingen die het resultaat tonen van samenwerking en beïnvloeding tijdens een artists in residence periode in een voormalige grenskazerne in Tripkau (Duitsland).
Bert Jacobs, Rijnder Kamerbeek, Aagje Linssen, Lilia Scheerder, Roosmarijn Schoonewelle, Naro Snackey, Luk Sponselee, Jeroen Vrijsen, Marjolijn de Wit
Bert Jacobs, Rijnder Kamerbeek, Aagje Linssen, Lilia Scheerder, Roosmarijn Schoonewelle, Naro Snackey, Luk Sponselee, Jeroen Vrijsen, Marjolijn de Wit
Artspace Flipside
werk gemaakt in Tripkau, 2 december t/m 29 januari
CBK ’s-Hertogenbosch
overzicht van nieuw werk gemaakt na Tripkau, 8 december t/m 8 januari. Gedurende de tentoonstellingsperiode kunnen Bossche kunstenaars een artist in residence plek in Tripkau winnen. Zie website
Argument Vertoningsruimte
een nieuwe residence periode waar gezamenlijk een nieuw idee ontwikkeld en uitgewerkt wordt, 15 t/m 29 januari
Opening: zondag 15 januari 15.00 uur, open t/m 29 januari op do. tot en met zo. 14.00-18.00 uur.
Programma
Zaterdag 10 december 16.00 uur, gezamenlijke opening in het CBK en Flipside. Met performance, hoofdgerecht, busvervoer naar Flipside, filmpjes over Tripkau, toetje, live muziekbandjes tot in de late uren en om ± 23.00 uur busvervoer terug naar Den Bosch. Met live filmverslag op:www.citytv.nl
Zondag 8 januari 2012
lezingen in het CBK voor kunstenaars over artist in residence ervaringen, bekendmaking winnaar van de ‘artist in residence’, optreden Group Art Fou Feat en Niels Duffues
Voor specifieke openingstijden, adressen en meer informatie zie:
www.artspaceflipside.nl
www.argument-tilburg.nl
www.cbks-hertogenbosch.nl
Bij de exposities is een publicatie verschenen: De kleine Tripkau Encyclopaedie.
Deze poogt een kijk te bieden in de keuken van de Grenswerk residency in 2011. Ze rapporteert op ludieke wijze, predikt het vrijdenken, licht in over een voor u onbekende plek en pleit voor verlichting.
En, tijdens deze presentatie verkrijgbaar bij Argument.
werk gemaakt in Tripkau, 2 december t/m 29 januari
CBK ’s-Hertogenbosch
overzicht van nieuw werk gemaakt na Tripkau, 8 december t/m 8 januari. Gedurende de tentoonstellingsperiode kunnen Bossche kunstenaars een artist in residence plek in Tripkau winnen. Zie website
Argument Vertoningsruimte
een nieuwe residence periode waar gezamenlijk een nieuw idee ontwikkeld en uitgewerkt wordt, 15 t/m 29 januari
Opening: zondag 15 januari 15.00 uur, open t/m 29 januari op do. tot en met zo. 14.00-18.00 uur.
Programma
Zaterdag 10 december 16.00 uur, gezamenlijke opening in het CBK en Flipside. Met performance, hoofdgerecht, busvervoer naar Flipside, filmpjes over Tripkau, toetje, live muziekbandjes tot in de late uren en om ± 23.00 uur busvervoer terug naar Den Bosch. Met live filmverslag op:www.citytv.nl
Zondag 8 januari 2012
lezingen in het CBK voor kunstenaars over artist in residence ervaringen, bekendmaking winnaar van de ‘artist in residence’, optreden Group Art Fou Feat en Niels Duffues
Voor specifieke openingstijden, adressen en meer informatie zie:
www.artspaceflipside.nl
www.argument-tilburg.nl
www.cbks-hertogenbosch.nl
Bij de exposities is een publicatie verschenen: De kleine Tripkau Encyclopaedie.
Deze poogt een kijk te bieden in de keuken van de Grenswerk residency in 2011. Ze rapporteert op ludieke wijze, predikt het vrijdenken, licht in over een voor u onbekende plek en pleit voor verlichting.
En, tijdens deze presentatie verkrijgbaar bij Argument.
Tripkau en de kazerne
Liesbeth Schreuder e.a.
Te koop
In 2006 zag Munne in een catalogus ‘de kazerne’ te koop staan. Zonder ze echt goed te kennen vroeg hij Jeroen, Matje en Frank of ze met hem dit pand wilden gaan kopen. Om 04.00 ’s nachts vertrokken ze naar ‘een plaatsje ergens in Duitsland’ om te gaan kijken.
Bij aankomst in Tripkau, een dorpje met 200 inwoners, zagen ze een groot betonnen gebouw. Het was een voormalige DDR-grenskazerne, destijds in dienst van het ijzeren gordijn. Het had twee verdiepingen, was volledig onderkelderd en het stond op een groot perceel: 1,4 ha omheind terrein, grenzend aan een bos vlakbij de rivier de Elbe. Deze rivier vormde in de DDR-periode de grens met het westen. Na een korte bezichtiging en veel foto’s reden ze terug naar Eindhoven. De afspraak was dat Munne telefonisch kon gaan bieden tijdens een veiling in Berlijn. “Gratuliere!’’, zei de man aan de andere kant van de lijn. Toen was ineens het pand gekocht.
Bij een tweede bezoek viel pas op hoe groot het was. De gevolgen van de impulsieve actie drongen nu door. Er moest nog veel gebeuren. Met een aggregaat die in een van de schuren werd geplaatst kon er binnen licht worden gemaakt. In de keuken stond een gigantische kookapparaat voor een heel leger, maar niet geschikt voor een kleinere groep. De kachel rookte voornamelijk voordat hij weer uit ging. Kozijnen moesten geschilderd, het dak gerepareerd, waterleidingen lekten. De wc deed het ook nog niet, daarvoor werd achterin de tuin een gat gegraven. En een warme douche was een droom.
Na de verbouwing
Nu, vijf jaar later, dankzij Munne en zijn vrachtwagens vol met spullen, is de kazerne helemaal ingericht. De woonkamer is huiselijk en behaaglijk met een houtkachel. In de slaapkamers staan de bedden opgemaakt en er hangen gordijnen. Sommige kamers zijn vormgegeven door kunstenaars en ontwerpers of hebben een thema. Op de bovenste verdieping zijn veel kamers beschikbaar als atelierruimte.
Minder in het oog springend, maar zeker zo belangrijk zijn alle installatiewerkzaamheden, waardoor er overal licht is en warm en koud stromend water. De keuken is inmiddels voorzien van allerlei apparatuur. ’s Winters wordt nog gestookt en gekookt op de originele houtoven.
In de schuren zijn werkplaatsen gemaakt die zijn voorzien van machines en gereedschap, waarmee van alles kan worden gedaan, zoals houtbewerking, lassen en het repareren van auto’s. In een van de schuren zijn de vijf meterhoge deuren nu van glas, om daar ook te kunnen schilderen. Er is een tractor, een heftruck en een takelwagen. Op de bouwlift staat een daglichtlamp om door te kunnen werken als het donker wordt.
De toekomst
Het uiteindelijke doel is dat de kazerne een hotel wordt waar allerlei groepen mensen kunnen verblijven, zoals autoreparateurs, vogelkijkers, of mensen uit het bedrijfsleven die willen onthaasten. Kunstenaars kunnen zich ook individueel het hele jaar door aanmelden om hier een periode te werken. Alles is mogelijk en alles is aanwezig: geschiedenis, prachtige natuur, afzondering, voldoende ateliers om te werken en allerlei faciliteiten in de werkplaats. Het ideaal is, dat het een onafhankelijke vrijplaats wordt, met zonnepanelen, een moestuin en een eigen waterput.
Voor een artists in residence is dit een perfecte plek, aldus Jeroen Vrijsen en Aagje Linssen.
Te koop
In 2006 zag Munne in een catalogus ‘de kazerne’ te koop staan. Zonder ze echt goed te kennen vroeg hij Jeroen, Matje en Frank of ze met hem dit pand wilden gaan kopen. Om 04.00 ’s nachts vertrokken ze naar ‘een plaatsje ergens in Duitsland’ om te gaan kijken.
Bij aankomst in Tripkau, een dorpje met 200 inwoners, zagen ze een groot betonnen gebouw. Het was een voormalige DDR-grenskazerne, destijds in dienst van het ijzeren gordijn. Het had twee verdiepingen, was volledig onderkelderd en het stond op een groot perceel: 1,4 ha omheind terrein, grenzend aan een bos vlakbij de rivier de Elbe. Deze rivier vormde in de DDR-periode de grens met het westen. Na een korte bezichtiging en veel foto’s reden ze terug naar Eindhoven. De afspraak was dat Munne telefonisch kon gaan bieden tijdens een veiling in Berlijn. “Gratuliere!’’, zei de man aan de andere kant van de lijn. Toen was ineens het pand gekocht.
Bij een tweede bezoek viel pas op hoe groot het was. De gevolgen van de impulsieve actie drongen nu door. Er moest nog veel gebeuren. Met een aggregaat die in een van de schuren werd geplaatst kon er binnen licht worden gemaakt. In de keuken stond een gigantische kookapparaat voor een heel leger, maar niet geschikt voor een kleinere groep. De kachel rookte voornamelijk voordat hij weer uit ging. Kozijnen moesten geschilderd, het dak gerepareerd, waterleidingen lekten. De wc deed het ook nog niet, daarvoor werd achterin de tuin een gat gegraven. En een warme douche was een droom.
Na de verbouwing
Nu, vijf jaar later, dankzij Munne en zijn vrachtwagens vol met spullen, is de kazerne helemaal ingericht. De woonkamer is huiselijk en behaaglijk met een houtkachel. In de slaapkamers staan de bedden opgemaakt en er hangen gordijnen. Sommige kamers zijn vormgegeven door kunstenaars en ontwerpers of hebben een thema. Op de bovenste verdieping zijn veel kamers beschikbaar als atelierruimte.
Minder in het oog springend, maar zeker zo belangrijk zijn alle installatiewerkzaamheden, waardoor er overal licht is en warm en koud stromend water. De keuken is inmiddels voorzien van allerlei apparatuur. ’s Winters wordt nog gestookt en gekookt op de originele houtoven.
In de schuren zijn werkplaatsen gemaakt die zijn voorzien van machines en gereedschap, waarmee van alles kan worden gedaan, zoals houtbewerking, lassen en het repareren van auto’s. In een van de schuren zijn de vijf meterhoge deuren nu van glas, om daar ook te kunnen schilderen. Er is een tractor, een heftruck en een takelwagen. Op de bouwlift staat een daglichtlamp om door te kunnen werken als het donker wordt.
De toekomst
Het uiteindelijke doel is dat de kazerne een hotel wordt waar allerlei groepen mensen kunnen verblijven, zoals autoreparateurs, vogelkijkers, of mensen uit het bedrijfsleven die willen onthaasten. Kunstenaars kunnen zich ook individueel het hele jaar door aanmelden om hier een periode te werken. Alles is mogelijk en alles is aanwezig: geschiedenis, prachtige natuur, afzondering, voldoende ateliers om te werken en allerlei faciliteiten in de werkplaats. Het ideaal is, dat het een onafhankelijke vrijplaats wordt, met zonnepanelen, een moestuin en een eigen waterput.
Voor een artists in residence is dit een perfecte plek, aldus Jeroen Vrijsen en Aagje Linssen.
Artists- in- Residence
Een overzicht
In 2008 is hiervoor door Jeroen een begin gemaakt: “De reden waarom ik de residency’s ging organiseren is omdat de mogelijkheid bestond en dit wilde ik delen met andere kunstenaars.
Het begon simpel. Ik vroeg aan een groepkunstenaars uit mijn directe omgeving (Eindhoven) of ze zin hadden om mee te gaan en na afloop hebben we het werk tentoongesteld in Flipside in Eindhoven, onder de titel Grenswerk 2008.”
In 2009 ging Jeroen samenwerken met Aagje Linssen. Vanuit de behoefte aan voeding en verdieping in hun werk werd aan de selectie van de groep meer aandacht besteed. Ze kozen voor kunstenaars, afkomstig uit verschillende steden, werkend in verschillende disciplines en waarvan ze wisten dat die zich ook een maand wilden richten op hun werk. De leeftijdsopbouw was gevarieerd, zodat “ervaring en frisheid” zich konden mengen.
In 2010 werd de werkperiode, door voortschrijdend inzicht, teruggebracht naar twee weken en werd de selectie nog meer aangescherpt.
Aagje: “Een nieuw criterium was, dat deelnemers elkaar niet goed kennen, zodat ze hun netwerken kunnen uitbreiden. Bijkomend voordeel is, dat in een nieuwe groep, iedereen een open houding heeft en dat kunstenaars hun werk aan elkaar moeten uitleggen. Een gevolg hiervan is dat je bijna automatisch je opnieuw moet gaan verhouden ten opzichte van je werk en van elkaar. Een nieuw atelier draagt hier extra aan bij. De tijdelijke verhuizing werkt confronterend. Hier sta je opeens op die andere plek met andere huisgenoten.”
Dit jaar werd de groep aangevuld met een kunsthistoricus en een curator, die hun specifieke kennis konden delen met de kunstenaars.
In 2011 spitst de selectieprocedure zich toe op kunstenaars die op zoek zijn naar vernieuwing in het eigen werk.
Jeroen: “Voor sommige kunstenaars is die zoektocht een constante factor en is dit terug te vinden in hun werk. Dat herkennen wij en dat trekt ons aan. Daarnaast letten we op kwaliteit in techniek en presentatie van het werk. Niet iedere kunstenaar die hieraan voldoet is geschikt. We zoeken naar een bepaald type, iemand die leergierig is, die zich de juiste vragen stelt en open staat voor de discussie, ook al gaat dit direct tegen de eigen natuur in.
Deze plek is heel geschikt om een doorbraak te stimuleren of zelfs te forceren. We hebben meegemaakt dat in hun werk vastgelopen kunstenaars opeens hele grote stappen hebben gemaakt. Iedereen wordt uiteindelijk beïnvloed door de plek, door de beladenheid van de geschiedenis, de gesprekken en door de afzondering.
Opvallend is dat de plek nu na de vierde keer ook voor mij nog steeds ‘werkt’. Door het enthousiasme van anderen word ik weer gewezen op allerlei dingen die hier aanwezig zijn.
Uit gesprekken met nieuwe groepsleden ontstaan nieuwe beelden. Het is niet zo dat we commentaar leveren op elkaars werk. Meer wordt gesproken over hoe iets ontstaat, of over wat werkt of juist wat niet werkt. Bijna vanzelf krijgt mijn werk hierdoor een nieuwe impuls.”
Programma
Ook dit jaar werd een lezing en een discussieavond georganiseerd onder leiding van kunsthistoricus Liesbeth Schreuder. Enkele besproken onderwerpen zijn: het begrip autonomie in de kunst, oeuvre opbouw, creativiteit en vrijheid. Daarnaast kwam de opbouw van een begeleidende tekst aan de orde. De werkperiode werd afgesloten met atelierbezoeken, waarbij ook de Amsterdamse kunstenaar Aquil Copier aanwezig was. De kunstenaars hadden hiervoor in hun atelier een expositie ingericht en een presentatie voorbereid.
Bindende factor
Na afloop van de presentaties werd duidelijk wat de groepsleden nog meer bindt dan de zoektocht naar vernieuwing. In meer of mindere mate tonen ze een maatschappelijke betrokkenheid in hun werk.
Als dit wordt aangescherpt, dan is de groep in twee categorieën onder te verdelen:
1. Cultuur versus Natuur: Marjolijn, Aagje, Jeroen en Roosmarijn
2. Reactie op de actualiteit in de media (kranten en beelden): Bert, Rijnder, Luk, Naro en Lilia.
Exposities
De resultaten van de grenswerk- periode worden getoond in drie tentoonstellingen. In Artspace Flipside (Eindhoven) en het CBK 's-Hertogenbosch is werk te zien van voor, tijdens en na Tripkau. In Argument Vertoningsruimte (Tilburg) komt de groep een week bij elkaar om ter plekke op elkaars werk te reageren. De residency bestaat dan uiteindelijk uit een werkperiode van drie weken, verspreid over vijf maanden en vier locaties. Niet alleen worden hiermee kunstenaars uit allerlei streken bij elkaar gebracht, ook worden diverse Brabantse steden betrokken in de uitwisseling met het publiek.
In 2008 is hiervoor door Jeroen een begin gemaakt: “De reden waarom ik de residency’s ging organiseren is omdat de mogelijkheid bestond en dit wilde ik delen met andere kunstenaars.
Het begon simpel. Ik vroeg aan een groepkunstenaars uit mijn directe omgeving (Eindhoven) of ze zin hadden om mee te gaan en na afloop hebben we het werk tentoongesteld in Flipside in Eindhoven, onder de titel Grenswerk 2008.”
In 2009 ging Jeroen samenwerken met Aagje Linssen. Vanuit de behoefte aan voeding en verdieping in hun werk werd aan de selectie van de groep meer aandacht besteed. Ze kozen voor kunstenaars, afkomstig uit verschillende steden, werkend in verschillende disciplines en waarvan ze wisten dat die zich ook een maand wilden richten op hun werk. De leeftijdsopbouw was gevarieerd, zodat “ervaring en frisheid” zich konden mengen.
In 2010 werd de werkperiode, door voortschrijdend inzicht, teruggebracht naar twee weken en werd de selectie nog meer aangescherpt.
Aagje: “Een nieuw criterium was, dat deelnemers elkaar niet goed kennen, zodat ze hun netwerken kunnen uitbreiden. Bijkomend voordeel is, dat in een nieuwe groep, iedereen een open houding heeft en dat kunstenaars hun werk aan elkaar moeten uitleggen. Een gevolg hiervan is dat je bijna automatisch je opnieuw moet gaan verhouden ten opzichte van je werk en van elkaar. Een nieuw atelier draagt hier extra aan bij. De tijdelijke verhuizing werkt confronterend. Hier sta je opeens op die andere plek met andere huisgenoten.”
Dit jaar werd de groep aangevuld met een kunsthistoricus en een curator, die hun specifieke kennis konden delen met de kunstenaars.
In 2011 spitst de selectieprocedure zich toe op kunstenaars die op zoek zijn naar vernieuwing in het eigen werk.
Jeroen: “Voor sommige kunstenaars is die zoektocht een constante factor en is dit terug te vinden in hun werk. Dat herkennen wij en dat trekt ons aan. Daarnaast letten we op kwaliteit in techniek en presentatie van het werk. Niet iedere kunstenaar die hieraan voldoet is geschikt. We zoeken naar een bepaald type, iemand die leergierig is, die zich de juiste vragen stelt en open staat voor de discussie, ook al gaat dit direct tegen de eigen natuur in.
Deze plek is heel geschikt om een doorbraak te stimuleren of zelfs te forceren. We hebben meegemaakt dat in hun werk vastgelopen kunstenaars opeens hele grote stappen hebben gemaakt. Iedereen wordt uiteindelijk beïnvloed door de plek, door de beladenheid van de geschiedenis, de gesprekken en door de afzondering.
Opvallend is dat de plek nu na de vierde keer ook voor mij nog steeds ‘werkt’. Door het enthousiasme van anderen word ik weer gewezen op allerlei dingen die hier aanwezig zijn.
Uit gesprekken met nieuwe groepsleden ontstaan nieuwe beelden. Het is niet zo dat we commentaar leveren op elkaars werk. Meer wordt gesproken over hoe iets ontstaat, of over wat werkt of juist wat niet werkt. Bijna vanzelf krijgt mijn werk hierdoor een nieuwe impuls.”
Programma
Ook dit jaar werd een lezing en een discussieavond georganiseerd onder leiding van kunsthistoricus Liesbeth Schreuder. Enkele besproken onderwerpen zijn: het begrip autonomie in de kunst, oeuvre opbouw, creativiteit en vrijheid. Daarnaast kwam de opbouw van een begeleidende tekst aan de orde. De werkperiode werd afgesloten met atelierbezoeken, waarbij ook de Amsterdamse kunstenaar Aquil Copier aanwezig was. De kunstenaars hadden hiervoor in hun atelier een expositie ingericht en een presentatie voorbereid.
Bindende factor
Na afloop van de presentaties werd duidelijk wat de groepsleden nog meer bindt dan de zoektocht naar vernieuwing. In meer of mindere mate tonen ze een maatschappelijke betrokkenheid in hun werk.
Als dit wordt aangescherpt, dan is de groep in twee categorieën onder te verdelen:
1. Cultuur versus Natuur: Marjolijn, Aagje, Jeroen en Roosmarijn
2. Reactie op de actualiteit in de media (kranten en beelden): Bert, Rijnder, Luk, Naro en Lilia.
Exposities
De resultaten van de grenswerk- periode worden getoond in drie tentoonstellingen. In Artspace Flipside (Eindhoven) en het CBK 's-Hertogenbosch is werk te zien van voor, tijdens en na Tripkau. In Argument Vertoningsruimte (Tilburg) komt de groep een week bij elkaar om ter plekke op elkaars werk te reageren. De residency bestaat dan uiteindelijk uit een werkperiode van drie weken, verspreid over vijf maanden en vier locaties. Niet alleen worden hiermee kunstenaars uit allerlei streken bij elkaar gebracht, ook worden diverse Brabantse steden betrokken in de uitwisseling met het publiek.
Grenswerk 2011: de kunstenaars
1. Jeroen Vrijsen
In de Grenswerk periode wilde ik onderzoeken welke betekenis mijn werk in zich draagt.
Vaak bouw ik vanuit onbewuste handelingen een schilderij op. Ik heb het gevoel dat de betekenis daarvan, ook nadat het schilderij af is, te lang onbewust blijft nagalmen. Om dit duidelijker te krijgen heb ik veel gesprekken gevoerd. Met mezelf, maar vooral ook met de andere kunstenaars. Het waren inspirerende gesprekken, met analyses die mij hielpen bij het denkproces. Ik heb gemerkt dat wanneer kunstenaars beeldend over hun eigen drijfveren vertellen, ik, door de overeenkomsten en verschillen in mijn eigen werk, verder kwam bij mijn onderzoek.
Ik weet dat ik vaak van ruimtes uitga: een landschappen of een binnenruimte. Het onderwerp krijgt vervolgens vorm door spontane handelingen (verfstreken, kleurvlakken), die de ruimte kunnen vergroten of, anders gezegd, verdiepen. Deze handelingen zijn abstracte ingrepen. Niet zozeer vanuit de overweging om de vorm te laten prevaleren boven de inhoud. Voor mij zijn vorm en inhoud onafscheidelijke, met elkaar verbonden, delen.
Een van de thema’s die ik in Tripkau (misschien ook doordat ik meerdere jaren hier heb gewerkt) steeds meer gebruik zijn de weidse landschappen uit de omgeving van de kazerne en de oosterse tapijten die in de woonkamer (en her en der in het pand) liggen. Voor mij zijn dit nostalgische elementen: het landschap heeft historische waarde. Het draagt gebeurtenissen in zich. Ze zijn beladen. De oosterse tapijten zijn onderdeel van een cultuur en hebben historische waarde.
Naast het landschap en de structuren van tapijtpatronen, pas ik andere iconen toe, zoals testbeelden, vlaggen en onleesbare tekstelementen. De plaatsing van deze elementen in het schilderij gebeurt intuïtief. Ze verrijken het beeld. www.jeroenvrijsen.exto.nl
In de Grenswerk periode wilde ik onderzoeken welke betekenis mijn werk in zich draagt.
Vaak bouw ik vanuit onbewuste handelingen een schilderij op. Ik heb het gevoel dat de betekenis daarvan, ook nadat het schilderij af is, te lang onbewust blijft nagalmen. Om dit duidelijker te krijgen heb ik veel gesprekken gevoerd. Met mezelf, maar vooral ook met de andere kunstenaars. Het waren inspirerende gesprekken, met analyses die mij hielpen bij het denkproces. Ik heb gemerkt dat wanneer kunstenaars beeldend over hun eigen drijfveren vertellen, ik, door de overeenkomsten en verschillen in mijn eigen werk, verder kwam bij mijn onderzoek.
Ik weet dat ik vaak van ruimtes uitga: een landschappen of een binnenruimte. Het onderwerp krijgt vervolgens vorm door spontane handelingen (verfstreken, kleurvlakken), die de ruimte kunnen vergroten of, anders gezegd, verdiepen. Deze handelingen zijn abstracte ingrepen. Niet zozeer vanuit de overweging om de vorm te laten prevaleren boven de inhoud. Voor mij zijn vorm en inhoud onafscheidelijke, met elkaar verbonden, delen.
Een van de thema’s die ik in Tripkau (misschien ook doordat ik meerdere jaren hier heb gewerkt) steeds meer gebruik zijn de weidse landschappen uit de omgeving van de kazerne en de oosterse tapijten die in de woonkamer (en her en der in het pand) liggen. Voor mij zijn dit nostalgische elementen: het landschap heeft historische waarde. Het draagt gebeurtenissen in zich. Ze zijn beladen. De oosterse tapijten zijn onderdeel van een cultuur en hebben historische waarde.
Naast het landschap en de structuren van tapijtpatronen, pas ik andere iconen toe, zoals testbeelden, vlaggen en onleesbare tekstelementen. De plaatsing van deze elementen in het schilderij gebeurt intuïtief. Ze verrijken het beeld. www.jeroenvrijsen.exto.nl
2. Aagje Linssen
Ik had bij me: een tas vol houtskool , acrylverf, inkt, potloden, gummen en kwasten. Een schetsblok, tekenblok, aquarelblok, kleine doekjes en dik papier in een map.
Zoals ik naar Tripkau ging, zo maak ik ook mijn werk: zonder vooropgezet plan. Ik ben nieuwsgierig en benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Ik stap in de auto op weg naar een nieuwe ervaring net zoals ik het papier voor me heb en met mijn potlood een lijn zet of zoek.
De lijnen zijn tekenen van leven. Het zoeken worstelen en geconfronteerd worden, daar kan ik niet om heen. Omdat het werk ontstaat vanuit het onderbewuste kan er van alles aan bod komen. Het is een heel intieme dialoog. Het gaat mij dan ook om die weg ernaar toe, die ik niet van te voren kan bedenken, zo onvoorspelbaar als het leven zelf.
Er zijn de zoekende aftastende subtiele tekeningen naast de nerveuze dwangmatige driftige tekeningen waarvan ik vermoed dat de drijfveer daarvoor woede is.
Deze hebben beide een expressief karakter. Opbouwen en afbreken is onderdeel van het proces. Het lichaam lijkt in mijn werk centraal te staan.
“Wat vind je zo interessant aan het lichaam?” vroeg Roosmarijn. Ze zag dat ik schrok. Voor mij is het zo vanzelfsprekend dat alles aan het lichaam interessant is. Omdat je via het lichaam het leven ervaart, en dat is waar mijn werk over gaat.
Dit jaar heb ik gewerkt met houtskool. Omdat het zo lekker direct is. Ik kan er snel veel mee doen en tonen, er dikke zware subtiele aftastende zoekende trefzekere scherpe lijnen mee zetten en vlakken vullen. Het laat zich licht grijs uitvegen of diep zwart worden. Het knakt en brokkelt onder je vingers tegen het doek en het papier als je stevig werkt, maar toont ook de lijnen die zo zacht zijn aangebracht dat ze amper het papier raken. Alles wat vanuit je tenen komt registreert het kooltje precies.
www.al.exto.nl
Ik had bij me: een tas vol houtskool , acrylverf, inkt, potloden, gummen en kwasten. Een schetsblok, tekenblok, aquarelblok, kleine doekjes en dik papier in een map.
Zoals ik naar Tripkau ging, zo maak ik ook mijn werk: zonder vooropgezet plan. Ik ben nieuwsgierig en benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Ik stap in de auto op weg naar een nieuwe ervaring net zoals ik het papier voor me heb en met mijn potlood een lijn zet of zoek.
De lijnen zijn tekenen van leven. Het zoeken worstelen en geconfronteerd worden, daar kan ik niet om heen. Omdat het werk ontstaat vanuit het onderbewuste kan er van alles aan bod komen. Het is een heel intieme dialoog. Het gaat mij dan ook om die weg ernaar toe, die ik niet van te voren kan bedenken, zo onvoorspelbaar als het leven zelf.
Er zijn de zoekende aftastende subtiele tekeningen naast de nerveuze dwangmatige driftige tekeningen waarvan ik vermoed dat de drijfveer daarvoor woede is.
Deze hebben beide een expressief karakter. Opbouwen en afbreken is onderdeel van het proces. Het lichaam lijkt in mijn werk centraal te staan.
“Wat vind je zo interessant aan het lichaam?” vroeg Roosmarijn. Ze zag dat ik schrok. Voor mij is het zo vanzelfsprekend dat alles aan het lichaam interessant is. Omdat je via het lichaam het leven ervaart, en dat is waar mijn werk over gaat.
Dit jaar heb ik gewerkt met houtskool. Omdat het zo lekker direct is. Ik kan er snel veel mee doen en tonen, er dikke zware subtiele aftastende zoekende trefzekere scherpe lijnen mee zetten en vlakken vullen. Het laat zich licht grijs uitvegen of diep zwart worden. Het knakt en brokkelt onder je vingers tegen het doek en het papier als je stevig werkt, maar toont ook de lijnen die zo zacht zijn aangebracht dat ze amper het papier raken. Alles wat vanuit je tenen komt registreert het kooltje precies.
www.al.exto.nl
3. Roosmarijn Schoonewelle
Met het boek Gullivers travels van Johnatan Swift in mijn achterhoofd ben ik naar Tripkau gereisd om daar twee weken te werken aan een serie tekeningen. Zoals Gulliver schrijft over diverse vreemde oorden en beschavingen en zo zijn eigen maatschappij een spiegel voorhoudt, zo heb ik de gebruiken en gewoonten van de minibeschaving die voor een korte periode samen was in de kazerne -mijn residency-genoten en de andere bewoners van het huis- in mij opgenomen. Vanuit mijn eigen gedachtewereld heb ik diverse objecten uit het huis, de tuin en het bos, evenals onderwerpen die spelen in deze buurt en die naar voren kwamen tijdens de gesprekken in de serie tekeningen verwerkt.
Ik maak voornamelijk werken op papier, het zijn tekeningen en sinds kort ook collages en objecten van betekend en beschilderd papier, die soms samen een installatie vormen. Ik werk zowel op klein als op groot formaat. Ik gebruik in mijn werk veel verschillende materialen door en naast elkaar, het kleurgebruik is voor mij een belangrijk element. De intense kleuren en grote contrasten die ik gebruik zijn weliswaar esthetisch, maar geven ook een gevoel van vervreemding. Terwijl ik werk, ontvouwt zich de logica van de tekening. In dit proces van tekenend naar richting en betekenis zoeken, ga ik steeds uit van vorm en ruimtelijkheid. Mijn tekeningen begeven zich op het gebied van zowel figuratie als abstractie en zijn verhalend, zonder de kijker een eenduidige boodschap op te leggen. Een scala aan stemmingen is terug te vinden in de intieme en eveneens woeste tekeningen.
www.roosmarijnschoonewelle.nl
Met het boek Gullivers travels van Johnatan Swift in mijn achterhoofd ben ik naar Tripkau gereisd om daar twee weken te werken aan een serie tekeningen. Zoals Gulliver schrijft over diverse vreemde oorden en beschavingen en zo zijn eigen maatschappij een spiegel voorhoudt, zo heb ik de gebruiken en gewoonten van de minibeschaving die voor een korte periode samen was in de kazerne -mijn residency-genoten en de andere bewoners van het huis- in mij opgenomen. Vanuit mijn eigen gedachtewereld heb ik diverse objecten uit het huis, de tuin en het bos, evenals onderwerpen die spelen in deze buurt en die naar voren kwamen tijdens de gesprekken in de serie tekeningen verwerkt.
Ik maak voornamelijk werken op papier, het zijn tekeningen en sinds kort ook collages en objecten van betekend en beschilderd papier, die soms samen een installatie vormen. Ik werk zowel op klein als op groot formaat. Ik gebruik in mijn werk veel verschillende materialen door en naast elkaar, het kleurgebruik is voor mij een belangrijk element. De intense kleuren en grote contrasten die ik gebruik zijn weliswaar esthetisch, maar geven ook een gevoel van vervreemding. Terwijl ik werk, ontvouwt zich de logica van de tekening. In dit proces van tekenend naar richting en betekenis zoeken, ga ik steeds uit van vorm en ruimtelijkheid. Mijn tekeningen begeven zich op het gebied van zowel figuratie als abstractie en zijn verhalend, zonder de kijker een eenduidige boodschap op te leggen. Een scala aan stemmingen is terug te vinden in de intieme en eveneens woeste tekeningen.
www.roosmarijnschoonewelle.nl
4. Rijnder Kamerbeek
Twee weken tijd. Een nieuw formaat. Ander materiaal. Een nieuwe poging om te onderzoeken hoe mijn werk kan functioneren op basis van eigen fotografie, zonder actualiteit, zonder nieuwsfotografie. Maar het gaat niet zoals ik wil.
Een onderliggende bron van gebeurtenissen en actualiteit is in Tripkau snel gevonden. De kazerne met flarden restanten van zijn geschiedenis, de omgeving en de aanpassingen die door huidige bewoners en projecten over het terrein woekeren vinden hun weg naar mijn werk. Snel wordt duidelijk dat deze insluiping het onderzoek minder zuiver maakt, maar het werk beter.
De aanwezigheid van gebeurtenissen die zich buiten mijn werk bevinden, vinden hun vorm in een dreiging. Alsof de lading van de omgeving in het licht tussen de dingen is blijven hangen. Een dreiging van vluchtigheid ook, die zit in het kijken zelf. Schoonheid, licht, gevoel en compositie worden voortdurend belaagd en weggedrukt door nieuwe impressies. Ze vervagen als een nabeeld dat met gesloten ogen langzaam wegglijd in het niets.
De kleine aquarellen op papier lijken deze vergankelijkheid te delen. Zonlicht, stof en de tijd zullen uiteindelijk ook deze beelden klein krijgen. Maar de vluchtigheid wordt voor even omzeild. Even kan de kijker vrij meevaren op mijn subjectieve impressies, opgedaan in Tripkau.
www.rkamerbeek.nl
Twee weken tijd. Een nieuw formaat. Ander materiaal. Een nieuwe poging om te onderzoeken hoe mijn werk kan functioneren op basis van eigen fotografie, zonder actualiteit, zonder nieuwsfotografie. Maar het gaat niet zoals ik wil.
Een onderliggende bron van gebeurtenissen en actualiteit is in Tripkau snel gevonden. De kazerne met flarden restanten van zijn geschiedenis, de omgeving en de aanpassingen die door huidige bewoners en projecten over het terrein woekeren vinden hun weg naar mijn werk. Snel wordt duidelijk dat deze insluiping het onderzoek minder zuiver maakt, maar het werk beter.
De aanwezigheid van gebeurtenissen die zich buiten mijn werk bevinden, vinden hun vorm in een dreiging. Alsof de lading van de omgeving in het licht tussen de dingen is blijven hangen. Een dreiging van vluchtigheid ook, die zit in het kijken zelf. Schoonheid, licht, gevoel en compositie worden voortdurend belaagd en weggedrukt door nieuwe impressies. Ze vervagen als een nabeeld dat met gesloten ogen langzaam wegglijd in het niets.
De kleine aquarellen op papier lijken deze vergankelijkheid te delen. Zonlicht, stof en de tijd zullen uiteindelijk ook deze beelden klein krijgen. Maar de vluchtigheid wordt voor even omzeild. Even kan de kijker vrij meevaren op mijn subjectieve impressies, opgedaan in Tripkau.
www.rkamerbeek.nl
5. Bert Jacobs
Een plek waar de buitenwereld afwezig is. Waar het ongeduld tot het maken van werk voor een deel verdwijnt omdat het zo verbonden is met de actualiteit, die zich heeft teruggetrokken van de kazerne. Een plek waar de wereld even geen vat op mij heeft maar die in deze korte periode ook geen verhalen biedt om mijn doeken mee te vullen. Een plek waar koken, eten, drinken en praten op de voorgrond staan. De dag een ander ritme krijgt en de lange nachten worden versleten met gesprekken en een tijdloze rust die je in de greep houden en de volgende dag sporen nalaten op het doek.
Een periode waarin veel schetsen en schilderijen op niets zijn uitgelopen, maar waar twee kleine werkjes misschien de beperkingen en mogelijkheden van deze plek in zich dragen. Waarin de actualiteit en beelden zich afzijdig houden maar waarin wel de uitgangspunten en benaderingswijze van mijn werken verscholen zit. Ontstaan op een afgelegen plek in Duitsland, op de bovenste verdieping van de kazerne met de bron binnen de muren van het atelier. Touwtje en Vlinder zijn twee werken die waarschijnlijk nooit tot stand waren gekomen in de omgeving waar ik mij vanaf maandag weer in bevind. Ze zouden het hebben afgelegd tegen de beelden van buiten.
www.bertjacobs.org
Een plek waar de buitenwereld afwezig is. Waar het ongeduld tot het maken van werk voor een deel verdwijnt omdat het zo verbonden is met de actualiteit, die zich heeft teruggetrokken van de kazerne. Een plek waar de wereld even geen vat op mij heeft maar die in deze korte periode ook geen verhalen biedt om mijn doeken mee te vullen. Een plek waar koken, eten, drinken en praten op de voorgrond staan. De dag een ander ritme krijgt en de lange nachten worden versleten met gesprekken en een tijdloze rust die je in de greep houden en de volgende dag sporen nalaten op het doek.
Een periode waarin veel schetsen en schilderijen op niets zijn uitgelopen, maar waar twee kleine werkjes misschien de beperkingen en mogelijkheden van deze plek in zich dragen. Waarin de actualiteit en beelden zich afzijdig houden maar waarin wel de uitgangspunten en benaderingswijze van mijn werken verscholen zit. Ontstaan op een afgelegen plek in Duitsland, op de bovenste verdieping van de kazerne met de bron binnen de muren van het atelier. Touwtje en Vlinder zijn twee werken die waarschijnlijk nooit tot stand waren gekomen in de omgeving waar ik mij vanaf maandag weer in bevind. Ze zouden het hebben afgelegd tegen de beelden van buiten.
www.bertjacobs.org
6. Lilia Scheerder
Ik kwam naar Tripkau met een etsplaat, tekenmateriaal, foto- en videocamera en materiaal om muziekinstrumenten te maken. Voor de uiteindelijke uitwerking van mijn ideeën en de totstandkoming van mijn werk heb ik mij echter laten inspireren door de omgeving. Tijdens een wandeling over het terrein vond ik een enorme hoeveelheid oud metaal. Dit was een ingang voor mij en ik besloot gebruik te gaan maken van de werkplaats. Ik koos voor de moeilijke weg: een van mijn werken, een gitaar, zou loodzwaar worden en dat bedoel ik letterlijk.
Door de omgeving en alle faciliteiten in de werkplaats kon ik me volledig op mijn werk storten. Een week lang werkte ik van 11.00 tot 20.00 uur. Non-stop. Pauzes gingen op de automatische piloot of uit pure noodzaak als de pijn in mijn rug van het bukken en het steken van de muggen een te prominente rol ging spelen. ’s Nachts dacht ik aan dilemma’s die ik in de constructie tegenkwam en overdag werkte ik die uit. De gitaar heeft een onbedoeld gotisch of oud-industrieel uiterlijk gekregen.
Verder heb ik een bijna mislukt elektronisch instrumentje gemaakt. Op de laatste avond kreeg ik hierbij onverwachte hulp en deed hij het toch.
Daarnaast heb ik gefotografeerd en gefilmd. In mijn tijdelijke atelier werd mijn aandacht steeds getrokken door de aanwezigheid van drie gastheren/vrouwen. De eerste was een dood vogeltje dat ik op de eerste dag aantrof op mijn werktafel. Onbeweeglijk, terwijl de chaos van mijn activiteiten zich alsmaar opstapelden. Nummer twee en drie waren de dansende geliefden, twee vliegen die aan het raamkozijn hingen, samen ingekapseld in een spinnenweb, dansend in de wind en tot de eeuwigheid met elkaar verbonden. Ik heb er een film van gemaakt. Een bijna verstild beeld van een van de onvertelde microverhalen van de Tripkaukazerne. Een klein verhaal dat zo gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien en dat door mensen nooit echt begrepen zal kunnen worden, maar dat door de focus aanleiding geeft tot allerlei associaties.
Ook heb ik gewerkt aan een ets, waarin ik de sfeer van de werkperiode probeerde te vangen: de kazerne en de omgeving. Ik probeer hiermee mijn werkproces in beelden om te zetten. Strakke lijnen in contrast met de grillige, figuratie tegenover lijnen en arceringen. Terug in Eindhoven zal het bij Grafisch Atelier Daglicht zijn uiteindelijke vorm krijgen.
Voor mij waren deze twee weken ook belangrijk om een antwoord te krijgen op de vraag: Is een werkproces onderdeel van een werk? Juist omdat de werkperiode in Tripkau een afgesloten periode betreft, heb ik hier meer duidelijkheid over gekregen. Ik ben tevreden met het resultaat maar daarnaast gaf en geeft de focus die ik had, de intensiteit tijdens het proces, mij veel energie. Ik heb ervaren hoe een doel mijn focus scherp kan stellen. Op ieder moment stond mijn werk centraal, ook tijdens de pauzes en de wandelingen. En nu ben ik bezig deze concentratie nog eventjes vast te houden.
www.liliascheerder.nl
Ik kwam naar Tripkau met een etsplaat, tekenmateriaal, foto- en videocamera en materiaal om muziekinstrumenten te maken. Voor de uiteindelijke uitwerking van mijn ideeën en de totstandkoming van mijn werk heb ik mij echter laten inspireren door de omgeving. Tijdens een wandeling over het terrein vond ik een enorme hoeveelheid oud metaal. Dit was een ingang voor mij en ik besloot gebruik te gaan maken van de werkplaats. Ik koos voor de moeilijke weg: een van mijn werken, een gitaar, zou loodzwaar worden en dat bedoel ik letterlijk.
Door de omgeving en alle faciliteiten in de werkplaats kon ik me volledig op mijn werk storten. Een week lang werkte ik van 11.00 tot 20.00 uur. Non-stop. Pauzes gingen op de automatische piloot of uit pure noodzaak als de pijn in mijn rug van het bukken en het steken van de muggen een te prominente rol ging spelen. ’s Nachts dacht ik aan dilemma’s die ik in de constructie tegenkwam en overdag werkte ik die uit. De gitaar heeft een onbedoeld gotisch of oud-industrieel uiterlijk gekregen.
Verder heb ik een bijna mislukt elektronisch instrumentje gemaakt. Op de laatste avond kreeg ik hierbij onverwachte hulp en deed hij het toch.
Daarnaast heb ik gefotografeerd en gefilmd. In mijn tijdelijke atelier werd mijn aandacht steeds getrokken door de aanwezigheid van drie gastheren/vrouwen. De eerste was een dood vogeltje dat ik op de eerste dag aantrof op mijn werktafel. Onbeweeglijk, terwijl de chaos van mijn activiteiten zich alsmaar opstapelden. Nummer twee en drie waren de dansende geliefden, twee vliegen die aan het raamkozijn hingen, samen ingekapseld in een spinnenweb, dansend in de wind en tot de eeuwigheid met elkaar verbonden. Ik heb er een film van gemaakt. Een bijna verstild beeld van een van de onvertelde microverhalen van de Tripkaukazerne. Een klein verhaal dat zo gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien en dat door mensen nooit echt begrepen zal kunnen worden, maar dat door de focus aanleiding geeft tot allerlei associaties.
Ook heb ik gewerkt aan een ets, waarin ik de sfeer van de werkperiode probeerde te vangen: de kazerne en de omgeving. Ik probeer hiermee mijn werkproces in beelden om te zetten. Strakke lijnen in contrast met de grillige, figuratie tegenover lijnen en arceringen. Terug in Eindhoven zal het bij Grafisch Atelier Daglicht zijn uiteindelijke vorm krijgen.
Voor mij waren deze twee weken ook belangrijk om een antwoord te krijgen op de vraag: Is een werkproces onderdeel van een werk? Juist omdat de werkperiode in Tripkau een afgesloten periode betreft, heb ik hier meer duidelijkheid over gekregen. Ik ben tevreden met het resultaat maar daarnaast gaf en geeft de focus die ik had, de intensiteit tijdens het proces, mij veel energie. Ik heb ervaren hoe een doel mijn focus scherp kan stellen. Op ieder moment stond mijn werk centraal, ook tijdens de pauzes en de wandelingen. En nu ben ik bezig deze concentratie nog eventjes vast te houden.
www.liliascheerder.nl
7. Luc Sponselee
Alle elementen uit mijn werk zijn onderdeel van een groter verhaal, dat met ieder werk verder vertelt wordt. Tekeningen, kleurplaten, foto's, muziek, beelden en video zijn onderdeel van de totale film. Soms zijn er scènes weggelaten, die later aangevuld, verbetert, verandert in de puzzel passen. Felle kleuren, heldere lijnen, gezaagde blokken en gelijmde vormen. Het zijn steeds onderdelen van een groter geheel. Als een permanent Gesammtkunstwerk.
Ik vind het van belang om met nieuwe materialen te werken. Als Super8-filmer ben ik overgestapt naar video, later naar flash en andere internet toepassingen. Deels uit nieuwsgierigheid naar het nieuwe, maar zeer zeker om het materiaal van dit tijdperk te gebruiken. Graffitimarkers om te kleuren, fotokopieën, isolatie materiaal, 3D printen, samplers en allerlei video formaten. We zitten in dit tijdsgewricht en door met de producten die deze maatschappij voortbrengt te werken, wil ik een verwarring teweeg brengen, die je even doet afvragen wat jou positie is ten opzichte van het werk, maar dan door het iconische karakter van de beelden een vlaag van herkenning geeft, die heel kort alles wat je kent verschuift.
Voor mij is het een zoektocht om met krachtige archaïsche beelden de kijker uit het veld te slaan, met beelden die hij eigenlijk wel kent maar ook weer niet. Het vertrek punt is een logo van een bedrijf, een beeld uit Afrika, een krantenfoto, symbolen en pictogrammen, schetsen gemaakt tijdens vergaderingen, onordelijke geometrische patronen of verhalen uit niet westerse culturen. Ergens halverwege het proces komt intuïtief een duidelijker beeld naar voren. Langzaam komen de individuele onderedelen tezamen en vormen zo het scenario waarlangs het verhaal zich ontvouwt.
Het resultaat van deze werkperiode bestaat uit een aantal beelden. Geïnspireerd op oorlogsschilden van stammen uit Papua New Guinee is er een strijkplank ontstaan, die bewaakt en begeleidt wordt door een uit een berg van afvalblokjes samengestelde AK 47. Een van mijn favoriete vormen; zo elegant en sierlijk dood en verderf zaaiend. Voor mij ook een iconische beeld wat ook de vrijheidsstrijd uitbeeldt.
En een aantal personages, die rechtstreeks uit een animatiefilm gelopen zijn. Paulo Paella, de loner op zoek naar zijn verlangen, samen met No-Face-Mirror Man, de wijze Hopper, springerige Bolleke en het gezoef van Fly-Over. Het is een lange en moeizame route voor onze helden. Zo kleurloos als ze nog zijn, zo gedreven vervolgen zij hun weg. Op zoek naar de ontrafeling van het mysterie van de oneindige knoop. En wellicht het terug krijgen van hun kleur...
www.luksponselee.blogspot
Alle elementen uit mijn werk zijn onderdeel van een groter verhaal, dat met ieder werk verder vertelt wordt. Tekeningen, kleurplaten, foto's, muziek, beelden en video zijn onderdeel van de totale film. Soms zijn er scènes weggelaten, die later aangevuld, verbetert, verandert in de puzzel passen. Felle kleuren, heldere lijnen, gezaagde blokken en gelijmde vormen. Het zijn steeds onderdelen van een groter geheel. Als een permanent Gesammtkunstwerk.
Ik vind het van belang om met nieuwe materialen te werken. Als Super8-filmer ben ik overgestapt naar video, later naar flash en andere internet toepassingen. Deels uit nieuwsgierigheid naar het nieuwe, maar zeer zeker om het materiaal van dit tijdperk te gebruiken. Graffitimarkers om te kleuren, fotokopieën, isolatie materiaal, 3D printen, samplers en allerlei video formaten. We zitten in dit tijdsgewricht en door met de producten die deze maatschappij voortbrengt te werken, wil ik een verwarring teweeg brengen, die je even doet afvragen wat jou positie is ten opzichte van het werk, maar dan door het iconische karakter van de beelden een vlaag van herkenning geeft, die heel kort alles wat je kent verschuift.
Voor mij is het een zoektocht om met krachtige archaïsche beelden de kijker uit het veld te slaan, met beelden die hij eigenlijk wel kent maar ook weer niet. Het vertrek punt is een logo van een bedrijf, een beeld uit Afrika, een krantenfoto, symbolen en pictogrammen, schetsen gemaakt tijdens vergaderingen, onordelijke geometrische patronen of verhalen uit niet westerse culturen. Ergens halverwege het proces komt intuïtief een duidelijker beeld naar voren. Langzaam komen de individuele onderedelen tezamen en vormen zo het scenario waarlangs het verhaal zich ontvouwt.
Het resultaat van deze werkperiode bestaat uit een aantal beelden. Geïnspireerd op oorlogsschilden van stammen uit Papua New Guinee is er een strijkplank ontstaan, die bewaakt en begeleidt wordt door een uit een berg van afvalblokjes samengestelde AK 47. Een van mijn favoriete vormen; zo elegant en sierlijk dood en verderf zaaiend. Voor mij ook een iconische beeld wat ook de vrijheidsstrijd uitbeeldt.
En een aantal personages, die rechtstreeks uit een animatiefilm gelopen zijn. Paulo Paella, de loner op zoek naar zijn verlangen, samen met No-Face-Mirror Man, de wijze Hopper, springerige Bolleke en het gezoef van Fly-Over. Het is een lange en moeizame route voor onze helden. Zo kleurloos als ze nog zijn, zo gedreven vervolgen zij hun weg. Op zoek naar de ontrafeling van het mysterie van de oneindige knoop. En wellicht het terug krijgen van hun kleur...
www.luksponselee.blogspot
8. Marjolijn de Wit
Net terug van een residency van zes maanden in voormalig Oost-Duitsland, vond ik het aangenaam om weer voor twee weken terug te keren naar een gebied dat diezelfde sfeer draagt. De locatie van de grenskazerne in Tripkau en Oost-Duitsland in het algemeen, zijn plekken die voor mij vooral interessant zijn vanwege de nog niet volledig herontwikkelde infrastructuur. De stilte, de rust, de afzondering. Overal zijn ontmoetingen voelbaar tussen mens en natuur, lagen van geschiedenis ontvouwen zich. Het zijn allemaal elementen die aansluiten bij de thematiek van mijn werk.
Veel wandelen, registreren, fotograferen in en rondom de kazerne en Tripkau heeft geleid tot een rijk beeldvocabulaire. Al snel blijkt dat de sfeer van het atelier en de omgeving aanleiding zijn om een ander kleurenpalet toe te laten binnen het centrale thema van mijn werk. Ik richt me vooral op de permanente verandering van natuur en omgeving. En vervolgens op de vraag hoe de toekomst zich zal ontwikkelen. In hoeverre de mens door zijn handelen de wereld naar zijn wensen vormt en verandert en hoe ik daar als kunstenaar op reageren kan.
Ik ben geïnteresseerd in natuur als een menselijke constructie, in het ‘wat als’. Het moet iets anders worden dan zichzelf. Ik hou ervan wanneer dingen ‘ertussenin zitten’. Scenario’s die alleen maar voor te stellen zijn. Ik denk aan deze scenario’s in de vorm van vragen. Ik werk met ideeën die voortkomen uit hypothetische situaties, façades, structuren en oppervlakten. Het gaat over het spel tussen constructie en deconstructie.
Belangrijk bij een installatie, bestaande uit schilderijen, werk op papier en objecten is de overgang van de tweede naar de derde dimensie en de verbindende elementen en veranderingen. Deze relatie ontwikkelt zich tijdens het proces van creëren en installeren. Ik behandel een installatie als een soort collage, tot ik vind waar ik naar op zoek was. Veel elementen worden geconstrueerd volgens plan en vervolgens teruggestopt in het proces. Het werk kan gezien worden als een gedocumenteerde situatie waarbij abstracte compositorische elementen, verhalende karakteristieken dragen. Deze ontwikkelen zich tot figuratieve participanten in een geënsceneerde situatie. De samenvoeging van deze procesmatige elementen levert een soort gedachte-experiment op, op het snijvlak van cultuur en natuur.
www.marjolijndewit.nl
Net terug van een residency van zes maanden in voormalig Oost-Duitsland, vond ik het aangenaam om weer voor twee weken terug te keren naar een gebied dat diezelfde sfeer draagt. De locatie van de grenskazerne in Tripkau en Oost-Duitsland in het algemeen, zijn plekken die voor mij vooral interessant zijn vanwege de nog niet volledig herontwikkelde infrastructuur. De stilte, de rust, de afzondering. Overal zijn ontmoetingen voelbaar tussen mens en natuur, lagen van geschiedenis ontvouwen zich. Het zijn allemaal elementen die aansluiten bij de thematiek van mijn werk.
Veel wandelen, registreren, fotograferen in en rondom de kazerne en Tripkau heeft geleid tot een rijk beeldvocabulaire. Al snel blijkt dat de sfeer van het atelier en de omgeving aanleiding zijn om een ander kleurenpalet toe te laten binnen het centrale thema van mijn werk. Ik richt me vooral op de permanente verandering van natuur en omgeving. En vervolgens op de vraag hoe de toekomst zich zal ontwikkelen. In hoeverre de mens door zijn handelen de wereld naar zijn wensen vormt en verandert en hoe ik daar als kunstenaar op reageren kan.
Ik ben geïnteresseerd in natuur als een menselijke constructie, in het ‘wat als’. Het moet iets anders worden dan zichzelf. Ik hou ervan wanneer dingen ‘ertussenin zitten’. Scenario’s die alleen maar voor te stellen zijn. Ik denk aan deze scenario’s in de vorm van vragen. Ik werk met ideeën die voortkomen uit hypothetische situaties, façades, structuren en oppervlakten. Het gaat over het spel tussen constructie en deconstructie.
Belangrijk bij een installatie, bestaande uit schilderijen, werk op papier en objecten is de overgang van de tweede naar de derde dimensie en de verbindende elementen en veranderingen. Deze relatie ontwikkelt zich tijdens het proces van creëren en installeren. Ik behandel een installatie als een soort collage, tot ik vind waar ik naar op zoek was. Veel elementen worden geconstrueerd volgens plan en vervolgens teruggestopt in het proces. Het werk kan gezien worden als een gedocumenteerde situatie waarbij abstracte compositorische elementen, verhalende karakteristieken dragen. Deze ontwikkelen zich tot figuratieve participanten in een geënsceneerde situatie. De samenvoeging van deze procesmatige elementen levert een soort gedachte-experiment op, op het snijvlak van cultuur en natuur.
www.marjolijndewit.nl
9. Naro Snackey
Ik ben een collagemaker. Mijn artistieke oeuvre werd de afgelopen jaren vooral gedomineerd door het gebruik van mijn autobiografische fotoarchief. Veel van de gebruikte beelden geven belangrijke momenten en keerpunten uit mijn Indisch-Nederlandse familiegeschiedenis weer;
babykiekjes, een bruiloft, de aankomst in Nederland. Het daarin aanwezige risico op autobiografie, cliché, of kitsch ondervang ik door de toevoeging van autonome en contrasterende elementen. Een zaagsnede, verf, schroeven; dingen die buiten het medium van de fotografie vallen en eerder richting schilderen en collageren wijzen. Jarenlang was het
gebruik van hout een onderscheiden kenmerk in mijn werk. Het hout gaf materiële steun aan de oorspronkelijke tweedimensionale foto's. Voor mij heeft hout de kleur van huid, hout geeft letterlijk een nieuwe aanwezigheid aan een foto, en soms ook een lichaam aan een beeltenis,
die daardoor minder etherisch wordt. Het hout fungeert zo als omlijsting en ondersteuning voor fotografische componenten. Sinds twee jaar werk ik ook met digitaal fotoarchief materiaal uit de canonieke geschiedenis. Deze beelden haal ik uit historische beeldarchieven op het internet en digitale cd-roms. Ook werk ik met informeel archief materiaal van voor mij onbekende mensen van genealogische websites. Mijn recente onderzoek hierin is: in hoeverre archieven de geschiedenis bepalen maar ook vernauwen en of het ook mogelijk is andere geschiedenissen bloot te leggen die niet tot de canon van de geschiedenis behoren.
De workshop van Tripkau heeft mij de mogelijkheid gegeven om buiten mijn eigen bekende manier van onderzoek te stappen en zonder hoofdzakelijk enkel bestaand portret archief materiaal te werken.
www.narosnackey.nl
Ik ben een collagemaker. Mijn artistieke oeuvre werd de afgelopen jaren vooral gedomineerd door het gebruik van mijn autobiografische fotoarchief. Veel van de gebruikte beelden geven belangrijke momenten en keerpunten uit mijn Indisch-Nederlandse familiegeschiedenis weer;
babykiekjes, een bruiloft, de aankomst in Nederland. Het daarin aanwezige risico op autobiografie, cliché, of kitsch ondervang ik door de toevoeging van autonome en contrasterende elementen. Een zaagsnede, verf, schroeven; dingen die buiten het medium van de fotografie vallen en eerder richting schilderen en collageren wijzen. Jarenlang was het
gebruik van hout een onderscheiden kenmerk in mijn werk. Het hout gaf materiële steun aan de oorspronkelijke tweedimensionale foto's. Voor mij heeft hout de kleur van huid, hout geeft letterlijk een nieuwe aanwezigheid aan een foto, en soms ook een lichaam aan een beeltenis,
die daardoor minder etherisch wordt. Het hout fungeert zo als omlijsting en ondersteuning voor fotografische componenten. Sinds twee jaar werk ik ook met digitaal fotoarchief materiaal uit de canonieke geschiedenis. Deze beelden haal ik uit historische beeldarchieven op het internet en digitale cd-roms. Ook werk ik met informeel archief materiaal van voor mij onbekende mensen van genealogische websites. Mijn recente onderzoek hierin is: in hoeverre archieven de geschiedenis bepalen maar ook vernauwen en of het ook mogelijk is andere geschiedenissen bloot te leggen die niet tot de canon van de geschiedenis behoren.
De workshop van Tripkau heeft mij de mogelijkheid gegeven om buiten mijn eigen bekende manier van onderzoek te stappen en zonder hoofdzakelijk enkel bestaand portret archief materiaal te werken.
www.narosnackey.nl









